RECENTE BERICHTEN
Please reload

ARCHIEF
Please reload

ZOEKEN OP TREFWOORD
Please reload

Een veranderende wereld: De zomer van ‘18

 

Inleiding

Het is wederom een prachtige, zonnige maandagochtend in de zomer van 2018. Het merendeel van onze lezers heeft (nog of net) vakantie en het zal u niet ontgaan zijn dat we in Nederland nu al weken achtereen met temperaturen van doen hebben, die in een gemiddeld mediterraan land niet zouden misstaan. Wat mij persoonlijk betreft is het bijna een nostalgisch gevoel, want ik kan me dit soort aaneengesloten zomerdagen alleen herinneren uit mijn jeugd in Winschoten: zwembadje in de achtertuin, fietstochten met de buurtjongens, waterijsjes en bellenblaas. Nu, in mijn vierde decennium op deze wonderlijke aardkloot, bezit ik gelukkig nog steeds de kinderlijke mogelijkheid om vol te genieten van het licht en de warmte – al zou ik geen echte Nederlander zijn als ook ik niet af en toe zou klagen over dat het té warm is bij tijd en wijle.

 

Goed, wat hebben deze bespiegelingen nu eigenlijk te maken met erfgoed? Daarvoor pakken we een term erbij die in de politiek van de afgelopen tijd centraal is komen te staan: klimaatadaptatie. Dit concept is innig verweven met onze veranderende wereld en de manier waarop wij daarop zullen moeten inspelen, willen we als mensheid kunnen overleven en bloeien – zonder dat we deze planeet en passant ten gronde richten. Het is wellicht niet verwonderlijk dat, ook al hebben we het al jaren over het broeikaseffect, klimaatverandering en het terugschroeven van fossiele brandstoffen, we pas echt maatregelen zijn gaan treffen sinds de gevolgen daarvan op onze leefomgeving voel- en tastbaar zijn geworden. En hoewel we nu kunnen gaan mopperen dat dit allemaal veel eerder had moeten plaatsvinden, ben ik er meer een voorstander van dat we vooruit kijken en gaan vaststellen wat deze nieuw te varen koers ons gaat kosten en opleveren. Daarmee komen we straks bij ons erfgoed!

 

Aanpassen is overleven

Al sinds de evolutieleer van Darwin voet aan de grond kreeg kennen we uitspraken als survival of the fittest en – iets meer morbide – adapt or die. Totdat wij als mensheid leerden ingrijpen in onze natuurlijke omgeving, wat hier in Nederland eigenlijk pas echt op degelijke schaal is sinds de grote ontginningen en bedijkingen in de Middeleeuwen, hoefden wij ons als soort ‘alleen’ aan te passen aan van nature voorkomende gebeurtenissen. Veel daarvan waren incidenteel lokaal en classificeren we terecht nog steeds als natuurrampen, zoals vulkaanuitbarstingen, modderstromen en aardbevingen. Hele nederzettingen zijn in het verleden hierdoor letterlijk en figuurlijk geraakt, zoals Pompeii ons laat zien. Elders op onze planeet voltrekken dit soort catastrofes zich nog altijd met enige regelmaat en we zouden er goed aan doen om te beseffen dat we deze wereld nooit hebben getemd en dat ook nooit zullen doen. 

 

Maar ook minder fysiek verwoestende episodes hadden en hebben grote gevolgen voor hoe mensen leefden en leven, zoals aanhoudende droogte en overmatige regens. En laten we wel wezen, de manier waarop wij als mensen met onze industrie en grondstoffenwinning steeds meer onbedoelde  invloed zijn gaan uitoefenen op ons klimaat, zorgt ervoor dat de gevolgen verstrekkender zijn dan ooit tevoren. Een danig mislukte oogst heeft tegenwoordig in sommige delen van de wereld nog even harde effecten als tijdens de IJzertijd, maar zelfs ver ontwikkelde landen kunnen het nu merken, wanneer deze effecten voelbaar worden in termen van im- en export. Een simpel voorbeeld was de schaarste van van paranoten in de supermarkten enige tijd geleden, ten gevolge van de mislukte oogst in o.a. Bolivia. Wegens aanhoudende droogte in het Amazonegebied steeg de prijs van paranoten met 60%, wereldwijd. De pijnlijke ironie is wellicht dat de gevolgen van dergelijke gebeurtenissen steeds verder zullen reiken, des te ‘kleiner’ onze wereld wordt door onze toenemende mobiliteit en digitale mogelijkheden én tegelijkertijd ook des te gespecialiseerder bepaalde regio’s worden qua productie – paranoten groeien bijvoorbeeld maar op een paar plaatsen op aarde en Bolivia heeft driekwart van de markt in handen. 

 

Denk aan het gooien van een steentje in een meer, waarbij het steentje de natuurlijke impact is van een verandering in onze leefomgeving. In wezen is het steentje door de eeuwen heen hetzelfde gebleven, maar we gooien hem tegenwoordig harder in het water en maken daardoor rimpels in het oppervlak die groter zijn en verder komen dan toen we het steentje alleen uitgekiend konden laten ketsen. Het is geheel aan ons om ons aan te passen aan de veranderende wereld, enerzijds door het steentje minder hard te gooien en anderzijds om de kracht van het steentje te benutten.

 

Van wadi tot pleinfontein

Klimaatadaptatie is dan ook een bittere noodzaak geworden. Een woord dat we de laatste tijd vaker hebben gehoord dankzij de media, maar wat verstaan we er nu eigenlijk onder? Het Planbureau voor de Leefomgeving hanteert de volgende definitie: “Klimaatadaptatie is het proces waarbij de samenleving zich aanpast aan het actuele of verwachte klimaat en de effecten daarvan, om de schade die gepaard kan gaan met klimaatverandering te beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt te benutten. Natuurlijke systemen passen zich uitsluitend aan bij het actuele klimaat en de effecten daarvan; menselijke interventies kunnen aanpassingen in natuurlijke systemen faciliteren.”

 

Wat ik zelf gelijk uit bovenstaande definitie haal, zijn de kansen ten gevolge van klimaatverandering die we zouden kunnen benutten. In de figuur hieronder zien we de primaire en secundaire gevolgen van klimaatverandering in Nederland samengevat. Het moge duidelijk zijn dat er een scala aan effecten is, waarvan we een deel moeten zullen accepteren, een deel kunnen en zullen moeten tegengaan, maar ook een deel waaraan we onze leefomgeving kunnen en moeten gaan aanpassen. Neem bijvoorbeeld regen. Hoewel je het op dit moment wellicht moeilijk voor de geest kunt halen, regent het toch dikwijls in dit land en de laatste jaren hebben we in Nederland steeds vaker te maken met aanzienlijke hoeveelheden water die uit de hemel vallen. In veel gemeenten zijn de afgelopen tijd dan ook waterbergingen gerealiseerd, bijvoorbeeld in de vorm van gegraven wadi’s, om deze pieken op te vangen en op andere momenten in te kunnen zetten – bijvoorbeeld op momenten van aanhoudende droogte. U kunt zich voorstellen dat dergelijke ontgravingen over het gehele land ook archeologisch vooronderzoek nodig maken.

 

 

Temperatuurstijgingen zijn ook in steden merkbaar, wat op sommige plekken ertoe heeft geleid dat men vooral in de binnenstad aan de slag ging met het ‘klimaatbestendig’ maken ervan. Daarbij kan, als er van tevoren over nagedacht wordt, een mooie link met lokaal erfgoed worden gelegd. Zo heeft Breda op het Kasteelplein onlangs een kleine herinrichting gerealiseerd, waarbij een spoor van hoefijzers – deels vormgegeven als goten, deels als bankjes – van het standbeeld van Willem III te paard naar het kasteel is aangelegd. Het grootste hoefijzer is een fontein geworden. Daarmee is zowel een ruimtelijke verbinding tussen beeld en gebouw tot stand gekomen, alsook een verwijzing naar De Drie Hoefijzers – Breda’s bekendste brouwerij van weleer. Dit was een zogenaamde ‘meegekoppelde kans’, omdat de hoofdreden voor de aanleg alleen in de fontein besloten lag: hiermee kan op warme dagen verkoeling worden gezocht door bewoners en bezoekers (kinderen ervaren hier een prima waterspeelplaats, zoals de volkomen realistische foto hieronder laat zien) en het koude water zou moeten bijdragen aan temperatuurbeheersing in het historische stadscentrum. Tel daarbij ook dat archeologisch onderzoek voorafgaand aan de herinrichting nieuwe inzichten over het Kasteelplein opleverde en je hebt een optelsom van kansen, voortkomend uit klimaatverandering en -adaptatie: hier wordt het steentje duidelijk minder hard gegooid, met inspirerende resultaten.

 

 

Waar het gras groener is

Waar de gevolgen van klimaatverandering pas echt aan erfgoed raken de laatste tijd, is al enkele keren in het nieuws geweest. Door de aanhoudende droogte zijn over heel Europa fenomenen zichtbaar geworden, die verloren gewaand waren, of zelfs al millennia lang nooit waren vermoed. Een goed voorbeeld van het eerste is te vinden in eigen land, waar oude akkers van voor de grootschalige ruilverkaveling – en de daarmee gepaard gaande enorme herinrichting van het geperceleerde cultuurlandschap – weer zichtbaar zijn geworden. Een mooi voorbeeld in het Brabantse Soerendonk ziet u hieronder. Uiteraard heeft de droogte veel gevolgen voor onze landbouw, maar een klein beetje agrarisch cynisme leert dat de schade nog beperkt blijft zolang het in Europa overal even slecht gaat met de oogst straks, want dan worden de wereldprijzen hoger en kan er alsnog geld worden verdiend. Zie hier wat ik bedoelde met de gevolgen van een kleiner wordende wereld.

 

 

De jackpot qua erfgoed is echter te vinden in de vorm van nieuwe archeologische vindplaatsen, of al bekende vindplaatsen die nog meer te bieden blijken te hebben. Een voorbeeld van dat laatste is de Vale of Glamorgan in Wales, waar een tot dan toe onbekende Romeinse villa werd ontdekt binnen de omheining van een al bekende prehistorische vindplaats. De meest spectaculaire ontdekking is ongetwijfeld die van een ogenschijnlijk nieuwe ‘henge’ in Ierland, vlak naast de befaamde Newgrange tombe in de Boyne Valley, County Meath – oftewel Brú na Boínne, UNESCO World Heritage Site. Anthony Murphy en Ken Williams bespeurden dankzij hun drones deze prachtige nieuwe vindplaats, die in de openingsfoto van deze blogpost te zien is. En daar bleef het niet bij, want vlakbij doemden nog meer cirkels en andere vormen op. Wat een vondst! De Ierse archeologen kunnen nog een hele tijd vooruit… Luister naar het radio-interview met Murphy hieronder, voor meer context over deze specifieke site.

 

 

Maar hoe zit dat dichter bij huis? In het filmpje dat hier is te zien hoe sporen uit de Eerste Wereldoorlog in Vlaanderen zichtbaar zijn geworden door de droogte. Met WOI als zeer belangrijke periode in België, met meer emotionele impact dan in Nederland, betekent dat voor de lokale erfgoedbeleving veel.

 

Maar ook in Nederland geeft de militaire geschiedenis haar geheimen enigszins prijs, zoals Martijn Reinders laat zien in het volgende filmpje: bij Westervoort (Arnhem) kunnen we dankzij een drone Duitse loopgraven uit de Tweede Wereldoorlog goed in het vizier krijgen.

 

 

Hoe kan het dat we juist nu met de droogte ineens deze archeologische fenomenen zien? Het geheim zit in de groei van vegetatie. Waar ooit greppels lagen houdt de grond vocht langer vast, waardoor in een droge periode als nu het gewas dat daar groeit, groener blijft dan de gewassen er omheen. Waar juist ooit een muurtje stond, is de grond steniger en nog droger dan de grond op de rest van de akker, waardoor het gewas dat op die plek groeit droger blijft en minder hard groeit. Dit alles zorgt voor een kleurschakering die zich vanuit de lucht ontvouwt tot complete archeologische sites.

 

Liever één drone in de lucht?

De droogte lijkt een gouden kans te vormen voor luchtfotografie zou je zeggen bij het zien van deze beelden, of dat nu vanuit vliegtuigen en helikopters is of middels drones. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) onderkent dit ook, maar geeft het onderwerp helaas geen prioriteit. Dat is ontzettend zonde, vinden onderzoekers zoals Anke Stoker en Heleen van Londen. Zij geven aan dat archeologen in Nederland eens een voortrekkersrol op dit gebied hadden – “Willy Metz hing vroeger al tot haar middel uit vliegtuigen om West-Friesland te fotograferen”, zo stond in het AD te lezen en werd ook beaamd door een collega van mij die nog les van Metz heeft gehad over luchtfotografie. Kaalslag in financiering, alsook strikte wetgeving rond dronegebruik, heeft deze koppositie echter wegbezuinigd of omgeven met beperkingen. 

 

Hoewel losse projecten zoals die van Martijn Reinders nog wel opgezet worden, mist dan ook een kordaat optreden op hoger niveau en met grotere omvang. Het argument dat Nederland al voldoende in kaart is gebracht vanuit de lucht houdt natuurlijk geen stand, want fenomenen zoals nu aan de oppervlakte verschijnen zijn tijdelijk: je moet nu acteren, wil je er voordeel aan kunnen behalen. De vorige keer dat over heel Europa dergelijke condities heersten, was in 1976. Willen we echt weer 42 jaar wachten tot de volgende kans? Ik zou zeggen, kijk nog even naar de volgende prachtige foto’s die in Wales zijn geschoten – achtereenvolgend een prehistorische omheining, een Romeinse villa of boerderij, nog meer Romeinse sporen en een begraafplaats uit de Bronstijd – en oordeel zelf. We kunnen de kracht van het steentje beter benutten, dus waar wachten we nog op?

 

 

De zomer tot besluit

Goed, genoeg betoogd, terug naar de zomer van ’18. Geniet ervan, of u nu nog met vakantie gaat naar het buitenland, in Nederland blijft of wellicht al weer aan het werk bent of gaat. Sommige zomers zijn het waard om gevierd te worden!

 

 

 

Deel op Facebook
Deel op Twitter
Please reload