RECENTE BERICHTEN
Please reload

ARCHIEF
Please reload

ZOEKEN OP TREFWOORD
Please reload

De donjon van Nijmegen

 

Inleiding

Het Valkhof in Nijmegen is één van de meest iconische parken van Nederland en zeker ook één van de oudste. Voor hen die er nog nooit geweest zijn: het Valkhof ligt aan de rand van het stadcentrum, op een heuvel die uitkijkt over de Waal. Een locatie met prachtig uitzicht nu en van hoge strategische betekenis destijds. Het Valkhof is vandaag de dag een drievoudig beschermd rijksmonument, met twee opvallende structuren. Enerzijds herbergt het de Sint-Nicolaaskapel (ook wel Valkhofkapel genoemd), gebouwd rond 1030 en gewijd aan Nicolaas van Myra. Anderzijds prijken er de resten van de apsis van de 12e-eeuwse Sint-Maartenskapel, beter bekend als de Barbarossaruïne. Wat er zeer zeker niet meer staat, is de enorme donjon – de middeleeuwse, verdedigbare woontoren – die net als beide kapellen eens deel uitmaakte van de omstreden Valkhofburcht. En laat die donjon nu net de inzet zijn van een zeer actuele casus erfgoedbewustwording meets commerciële exploitatie.

 

 De Sint-Nicolaaskapel in de winter

 

De Barbarossaruïne in gebruik als podium

 

Keizerstad

Van Nijmegen wordt gezegd dat het, naast haar roemruchte Romeinse verleden, prat mag gaan op de titel van keizerstad: in de 8e en 9e eeuw deed Karel de Grote Nijmegen meermaals aan en het wordt gezegd dat hij in de stad een palts had, één van de vele residenties verspreid over zijn rijk waar hij tijdens zijn vele reizen kon verblijven. Hoewel het gebruik van deze Kaiserspfalz gedurende de 9e en 10e eeuw achteruit liep en tijdens een opstand in 1047 zelfs werd afgebrand, bleef de locatie zelf altijd bij de opeenvolgende heersers in gedachten. Toen keizer Frederik I Barbarossa dan ook de wallen van Nijmegen bouwde tussen 1152 en 1155, herstelde hij ook de palts: de Valkhofburcht was geboren.

 

In de 13e eeuw eindigde echter ook deze keizerlijke lijn, op last van de toenmalige paus Gregorius IX. De Valkhofburcht kwam in de handen van de graven van Gelre, die de versterkingen vooral in de 15e en 16e eeuw verder uitbouwden en daarmee zorg droegen voor de aanblik die we kennen van de burcht op prenten en schilderijen zoals die van Jan van Goyen hieronder (1641).

 

De Valkhofburcht door Jan van Goyen

 

Burcht en sloophamer

De Valkhofburcht zoals die in afbeeldingen aan ons is overgeleverd, bezat onder andere een grote donjon – in het Nijmeegse ook wel de ‘reuzentoren’ genoemd. Van deze toren werd, samen met het gros van de burcht, in 1795 besloten dat deze zou moeten worden afgebroken, omdat de burcht een jaar daarvoor door geschut van de Fransen zwaar was beschadigd en men geen behoefte had aan een kostbaar herstel. Voor de Nijmegenaren stond de burcht namelijk symbool voor de niet bepaald geliefde prins-stadhouder Willem V en de keizerlijke grootheid van de eeuwen daarvoor, die in een nieuwe tijd van democratie niet op hun plaats waren. Een voorstel om naast de twee nu nog resterende kapellen ook de donjon, Hofpoort en ringmuren te behouden werd afgeslagen. Met het vrijkomende tufsteen werden later gebouwen in onder andere Amsterdam gebouwd. 

 

Het park werd aangelegd en ophoging van het terrein zorgde voor relatief goede bescherming van onderliggende archeologische resten – althans, dat denken we, want er is tot nu toe geen grootschalig archeologisch onderzoek uitgevoerd op deze locatie om dat aan te kunnen tonen of te kunnen weerleggen. Logisch ook, want zonder ruimtelijke ontwikkeling wordt er in principe ook geen onderzoek uitgevoerd en zeker niet op een Rijksmonument. De tijd van de Lustgrabung is voorbij.

 

Van de burcht – en daarmee ook van de donjon – zijn bij de sloop in 1797 geen plattegronden gemaakt, zodat we alleen de eerder genoemde prenten en aantekeningen hebben om ons op te baseren. Dat is een ironisch punt, want in 2006 stemde een meerderheid van de Nijmegenaren die opkwamen tijdens een referendum voor herbouw van een zo historisch accuraat mogelijke donjon in steen. Dat is dus best een opgave, gezien de gebrekkige kennis over het originele bouwwerk. Dat is eigenlijk ook gelijk de grootste kennisvermeerdering die archeologisch onderzoek ter plaatse kan opleveren: mogelijk kunnen we daarmee de plattegrond van de burcht (ten dele) reconstrueren.

 

Echter, het meest interessante wat mij betreft is op te merken hoe de houding van de 18e-eeuwse Nijmegenaar verschilt van die van zijn/haar 21e-eeuwse stadsgenoot: de één wilde de donjon weg hebben, de ander wil hem juist terug. Tijden veranderen en de omgang met erfgoed ook. In 2005 werd met behulp van steigers en met foto’s bedrukte doeken in het Valkhofpark een replica van de donjon neergezet. Dit maakte blijkbaar veel los in de stad en veel mensen zagen een permanente replica wel zitten, wat de aanleiding was tot het referendum van een jaar later.

 

De tijdelijke donjon in 2005

 

Van rollen en redelijkheid

Erfgoedzorg is wat mij betreft behoud door ontwikkeling, maar aangezien monumenten een bijzondere plek innemen op de ladder van die erfgoedzorg zou de status van monument die het Valkhof heeft de aanleiding moeten zijn tot goed overleg tussen alle belanghebbende partijen. In die zin zijn de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de gemeente Nijmegen ook aan zet: de RCE heeft aangegeven niet tegen de bouw van een nieuwe donjon te zijn, alhoewel ze wel stelt dat er eisen zullen zijn aan het verplichte archeologische onderzoek dat eraan vooraf dient te gaan. De gemeente Nijmegen heeft zich relatief afzijdig gehouden, maar schijnt wel in een contract met de Stichting Donjon expliciet te hebben opgenomen dat zij verantwoordelijk is voor de kosten van het archeologisch onderzoek – wat overigens evident en terecht is, gezien het principe van ‘de verstoorder betaalt’. Als vergunningverlener zal de gemeente sowieso een belangrijke stem hebben en ik hoop dat zij in die stem ook de verschillende standpunten in Nijmegen betrekt. 

 

Want dat de geplande herbouw veel losmaakt moge duidelijk te zijn. Er zijn meer dan tien jaren verstreken sinds het referendum in 2006 en dat heeft ervoor gezorgd dat de meningen rondom de nieuwe donjon behoorlijk gepolariseerd zijn geraakt. Ook niet heel raar natuurlijk, maar dat maakt mijn inziens wel dat er ook voortschrijdend inzicht moet worden toegepast bij het beoordelen van de plannen. De Stichting Donjon en de vastgoedontwikkelaar die bij het plan is betrokken hebben nu eindelijk de benodigde huurders gevonden in Heineken en Sligro, twee bekende marktpartijen wiens commerciële doelstellingen de polarisatie alleen nog maar hebben versterkt. De één ziet een toeristische trekpleister pur sang, met een mooi uitkijkpunt en onder andere een goed terras; de ander ziet een monsterlijk gebouw zonder eerbied voor het verleden in het verstilde park oprijzen. Een live debat georganiseerd door De Gelderlander begin april laat zien dat de meningen ver uit elkaar liggen.

 

 

Het ontwerp voor de permanente donjon (2016)

 

Skyline van een toekomstig verleden

Ik schrijf dit stuk terwijl ik onderweg ben vanuit Breda naar Arnhem. Zojuist kijk ik op, terwijl de trein over de Waalbrug rijdt. In de ochtendzon blinkt het waterfront van Nijmegen. Ik kan de Sint-Nicolaaskapel ontwaren in het Valkhof. Even probeer ik me voor te stellen hoe het zou zijn als er een vijftig meter hoge toren naast stond, die van het waterfront een skyline maakt. Een blikvanger zou het zeker zijn! Of het ook een goed iets is? Dat is natuurlijk eigenlijk aan de Nijmegenaren: het is hun stad waar de donjon gebouwd zou moeten worden en zij zijn degenen die er elke dag in hun leefomgeving mee te maken zullen krijgen. 

 

Van ‘buitenaf’ kan ik alleen maar stellen dat de rijke geschiedenis van het Valkhof het verdient om goed onderzocht te worden in geval van daadwerkelijke bouw van de donjon, volgens de regels van deugdelijke erfgoedzorg waar we ons met zijn allen aan geacht worden te houden in dit land. Dat het hierbij gaat om een drievoudig beschermd rijksmonument, zou iets moeten betekenen. Ik ben de eerste die zal zeggen dat een monumentenstatus geen eeuwig hangslot mag zijn op ontwikkeling, zeker niet als daarbij erfgoedbewustwording plaatsvindt, maar diezelfde status zou wel degelijk beperkingen of in elk geval extra eisen aan die ontwikkeling met zich mee moeten brengen. Immers, als dit niet zou gebeuren, dan is de bescherming van vindplaatsen door middel van een monumentstatus een wassen neus en kan de donjon van Nijmegen een precedent worden voor andere locaties in Nederland. 

 

Ik ben dan ook erg benieuwd naar het uiteindelijke archeologische onderzoek, naar de eisen én de resultaten. En als de donjon er dan inderdaad komt, dan hoop ik van ganser harte dat de invulling ervan gedragen wordt door de democratische meerderheid van Nijmegen anno 2017 – en dat het goed toeven is op dat terras straks, uitkijkend over de Waal vanaf dat in steen opgetrokken toekomstig verleden.

Deel op Facebook
Deel op Twitter
Please reload