RECENTE BERICHTEN
Please reload

ARCHIEF
Please reload

ZOEKEN OP TREFWOORD
Please reload

Verslag van de Steentijddag 2017

 

Inleiding

Op 4 februari jongstleden vond in Leiden de 27e Steentijddag plaats. Jaarlijks komen er genoeg professionele archeologen, archeologische vrijwilligers en andere geïnteresseerden op dit event af om een goed gevulde collegezaal te verkrijgen in het voormalige thuis van de Leidse archeologiefaculteit: het Lipsiusgebouw aan de Cleveringaplaats. Met een strakke organisatie, goede lunch en genoeg mogelijkheden om tijdens het programma en na afloop – tijdens de borrel in het Rijksmuseum van Oudheden – met elkaar van gedachten te wisselen, is de Steentijddag voor een breder publiek toegankelijk dan je op het eerste gezicht zou denken.

 

Paleo-wat?

De kern van het programma van de Steentijddag 2017 bestond uit een aantal archeologisch-inhoudelijke bijdragen, bedoeld om de aanwezigen op de hoogte te brengen van recente onderzoeken en andere projecten die gericht zijn op de Steentijd: een periode die zoveel millennia bestrijkt, dat het soms moeilijk te bevatten is. In het kleine tabelletje hieronder zijn de deelperioden en hun datering weergegeven, zodat u enig houvast hebt. Het Paleolithicum is de Oude Steentijd, het Mesolithicum is de Midden-Steentijd en het Neolithicum is de Nieuwe Steentijd (palaios, mesos en neos zijn de Oud-Griekse woorden voor ‘oud’, ‘midden’ en ‘nieuw’, terwijl lithos in die taal het woord is voor ‘steen’). Mocht u zich afvragen waarom het Vroeg-Neolithicum A een overlap heeft met het Laat-Mesolithicum: de aanvang van het Neolithicum in Nederland wordt gemarkeerd door de intrede van de landbouw. Dit vond in het zuiden van ons land eerder plaats dan elders, dus begin het Neolithicum in feite niet overal tegelijkertijd!

 

P.S. BP = Before Present, waarbij dat ‘heden’ is gelijkgesteld op 1950. Dit is een tijdsaanduiding die in de archeologie wordt gebruikt als het niet mogelijk is om exacte jaartallen voor of na Christus te geven (en dan nog is het een kwestie van beredeneerde schattingen, maar dan met minder foutmarge dan zover ‘benedenstrooms’ als het Vroeg-Paleolithicum).

 

Van Eemster tot Maasvlakte, van Kampen tot Medel

De bijdragen die de hoofdmoot van deze Steentijddag vormden, blonken uit in diversiteit. Zo sprak Eveline Altena over de Neanderthaler in ons, over recente dorbraken in DNA-onderzoek. Govert van Noort overlegde de resultaten van zijn onderzoek naar de omstreden vuursteenartefacten van Eemster, Hijken en Hoogersmilde, waarop aanzienlijke discussie losbarstte. Pir Hoube en Dion Stoop presenteerden de resultaten van hun onderzoek op een dekzandrug bij Epse.

 

Terug in de collegebanken na een goede lunch was het de beurt aan Luc Amkreutz en Marcel Niekus om meer te vertellen over de recente vorderingen in kennis over Steentijdvondsten uit de Noordzee, veelal verkregen door enthousiaste zoekers op bijvoorbeeld de Maasvlakte 2 en de Zandmotor. Niekus kon daarna samen met Roderick Geerts verder, om ons deelgenoot te maken van de resultaten van onderzoek in het nieuw te graven Reevediep bij Kampen.

 

Na de theepauze was het tenslotte tijd voor het laatste drieluik: de eerste update over het grootschalige onderzoek te Tiel-Medel door Theo ten Anscher, mijn eigen bijdrage over de Steentijd en publieksarcheologie en last but certainly not least een ‘pocketbiografie’ van A.E. van Giffen – nestor van (vooral) de Groningse stijl van archeologie bedrijven – door Leo Verhart.

 

Onze algehele indruk van de dag was goed: ondanks af en toe wat discussie die iets te scherp op de persoonlijke snede werd gevoerd – de artefacten van Tjerk Vermaning zorgen daar nu eenmaal nog steeds voor – was de sfeer gemoedelijk en waren de lezingen onderhoudend. De mate van detail in sommige presentaties zal enkele ‘groene’ aanwezigen (geïnteresseerde zoekers, oud-leraren, etc.) wellicht wel wat rauw op het dak gevallen zijn, want de Steentijdarcheologie wordt toch van oudsher vooral gekenmerkt door minutieus onderzoek op het niveau van het vuurstenen artefact.

 

De Steentijd en publieksarcheologie

Daarnaast speelt de enorme tijdsdiepte van de Steentijd een belangrijke rol. Die tijdsdiepte is één van haar grote aantrekkingskrachten, want gedurende de Steentijd zijn veel van de technologische en culturele vooruitgangen geboekt die ons tot de mens van vandaag hebben gemaakt, van de ontdekking van het vuur tot complexe samenlevingen. Daarnaast kan een wereld die qua omgeving, techniek en cultuur zo verschillend is van onze huidige tot de verbeelding spreken. Echter, het is ook tegelijkertijd haar grootste hindernis: het gaat om in de Steentijd om zo ontzettend veel jaren (meer dan 300.000!), dat een mens zich in zijn of haar verbeelding verloren kan voelen bij het proberen te ‘vangen’ van die tijdsdiepte en het overbruggen van die verschillen tussen werelden.

 

Op basis van eerdere gesprekken met collega’s, vrienden en familie had ik sterk het gevoel gekregen dat de tijdsdiepte van de Steentijd, gecombineerd met het weinig romantische beeld van ‘steentjesarcheologie’, er in hoge mate voor zorgt dat de beleving ervan door het grote publiek achterloopt bij die van de Romeinse Tijd en de Middeleeuwen. Het leven in deze periodes ligt aanmerkelijk dichter bij de belevingswereld van de hedendaagse mens, in onze dagelijkse leefomgeving zijn nog gebouwen uit deze periodes overgeleverd en de aandacht die ze krijgen in media en tijdens verschillende events is genereus te noemen – zeker in relatie tot de Steentijd.

 

Om wat meer beeld te krijgen bij hoe vooral het publiek dat niet professioneel of vrijwillig archeologisch actief is denkt over de publieksarcheologische aspecten van de Steentijd, besloot ik voorafgaand aan de Steentijddag op Facebook een kleine survey uit te vaardigen. Het behelsde geen uitgebreid onderzoek, maar enkel een eerste verkening. Desalniettemin mocht ik 300+ reacties ontvangen, een prachtig resultaat! Een bias in de survey was dat ik geen vraag had ingebouwd over of de (anonieme) invuller wel of geen archeoloog was, dus het is geen survey die alleen over het niet-archeologisch betrokken publiek gaat. Echter, ik bemerkte dat je in de toelichtingen die mensen gaven bij antwoorden met ‘anders’ (i.p.v. ‘ja’/’nee’) vaak kon zien of iemand in de archeologie werkt of er veel mee doet – en het gros was of deed dat duidelijk niet.

 

Die tekstuele verduidelijkingen waren uiteraard het mooiste aan de gehele survey: genoeg inspiratie voor hen die zich met publieksarcheologie bezig houden, zeker in relatie tot de Steentijd. De presentatie die ik heb gegeven is achter deze blogpost gevoegd.

 

Een opmaat naar meer!

De resultaten van de kleine survey die ik heb gehouden als voorbereiding van de Steentijddag 2017 laten zien dat men inderdaad vooral gehinderd wordt door de al eerder aangekaarte zeer grote tijdsdiepte van de Steentijd. Daarbij bestaat een vicieuze relatie met de Romeinse Tijd en Middeleeuwen: de tijdsdiepte is daarin beter te overzien, waardoor ze eerder worden benut in publieksarcheologische events en in media, waardoor ze de kloof met de Steentijd nog verder wordt vergroot. Ook op het vlak van educatie speelt dat een rol, want ook daar ligt de focus op de Romeinse Tijd en verder. Enkele oud-leraren die ik tijdens de borrel sprak lieten weten dat wat hen betreft daar één van de grootste winsten te behalen is: de jeugd meer bewust maken van het bestaan en de bijzonderheden van de Steentijd – zonder te vervallen in stereotypering van holbewoners en dergelijke.

 

Het gevoel van abstractie dat bij veel ‘leken’ speelt bij de Steentijd is veelal gevolg van het gebrek aan duiding; het vertellen van de (grotere) verhalen die aan de artefacten hangen speelt tweede viool ten opzichte van de artefacten zelf. In die zin is de mate van detail van de ‘steentjesarcheologie’ ook een valkuil, alhoewel ik als eerste zal aangeven dat juist in de vuurstenen artefacten als ankerpunten in dat verre verleden hun eigen bijzondere schoonheid hebben. De Steentijd heeft veel potentieel, maar dat moet meer uitgedragen worden om het te kunnen verwezenlijken. Met nieuwe technieken als Virtual Reality (VR) hebben we tegenwoordig meer dan ooit de mogelijkheid om te compenseren voor die tijdsdiepte en het wellicht om te zetten in verwondering. Daarnaast biedt Steentijdonderzoek kansen om grote verhalen te vertellen die ons ook persoonlijk kunnen raken, zoals het relaas van Eveline Altena over Neanderthaler-DNA laat zien.

 

Kortom, we moeten er als archeologen meer op uit trekken om te enthousiasmeren en verhalen te vertellen. Ik ben erg benieuwd waar en hoe we de Steentijd beter kunnen gaan benutten in de dagelijkse bewustwording van mensen hun verleden. Uiteraard daag ik niet alleen alle archeologen die hier aan bij willen bijdragen ertoe uit, maar zal ik zelf ook hard gaan nadenken over de mogelijkheden!

 

 

Bijlage: presentatie Steentijddag 2017 (Harry Pape)

Deel op Facebook
Deel op Twitter
Please reload