RECENTE BERICHTEN
Please reload

ARCHIEF
Please reload

ZOEKEN OP TREFWOORD
Please reload

De ideologische restauratie van Haut-Kœnigsbourg

 

Inleiding

Vandaag beginnen in Nederland de Open Monumentendagen, wat altijd een mooie gelegenheid is om een bijzonder stuk erfgoed te bespreken. Maar als ’twist’ wel eentje in het buitenland! Een (te) korte vakantie levert namelijk vaak inspiratie op, zeker daar waar het historische gebouwen betreft. We begeven ons dan ook zuidwaarts richting de Rijnvallei, naar het grensgebied van Frankrijk en Duitsland. Een autorit vanuit Straatsburg (Frankrijk) naar het zuiden richting Colmar, loont zeker op een zonnige dag enorm de moeite: de Elzas lonkt. Glooiende heuvels, bedekt met wijnranken zover het oog reikt. Dorp na dorp dat zo uit de geschiedenisboeken lijkt te zijn gekomen, met pittoreske pleinen en druk bezochte winstubs. En dan zijn er natuurlijk nog de kastelen.

Misschien is het zicht op de ruïne Spesburg vanaf de Zotzenberg bij Mittelburgheim wel een romantischer beeld, maar het meest imposante is zonder twijfel Château du Haut-Kœnigsbourg bij Orschwiller. Als je er voor de eerste keer komt en je weet verder niets van de geschiedenis en achtergrond van de Elzas en dit kasteel, dan zal je zeer waarschijnlijk iets denken in de trant van ‘wat een kitsch’. Overgerestaureerd en zwaar toeristisch passen daar ook bij. Maar deze wonderlijke burcht op meer dan 750 m hoogte in de oostelijke Vogezen is in werkelijkheid het testament van een bijzondere versie van de 19e-eeuwse restaturatiepraktijk.

 

Touwtrekken om de macht

De Elzas is een grensstreek in het oosten van Frankrijk, met een veelbewogen en bloedige geschiedenis. De grens waar we het over hebben – de Rijn – werd in wezen in 58 voor Chr. getrokken, toen Julius Caesar een groep Germanen onder leiding van Ariovistus terugdreef naar de andere kant van de rivier. Dat Caesar hiermee een scheiding aanbracht die meer dan 500 jaar stand zou houden wist hij natuurlijk niet (maar gezien de momenten in de geschiedenis waar Caesar en een rivier samenkomen is het misschien niet heel verrassend…).

 

De naam Elzas komt voor het eerst in geschreven bronnen voor in de 7e eeuw, toen het gebied al was gekoloniseerd. Na veelvuldige invallen van de Franken en Alemannen zegevierden de eersten in de 5e eeuw en werd het Frankisch (Merovingisch) grondgebied. Het gaat te ver om hier de hele geschiedenis van deze bijzondere streek uit de doeken te doen, maar de eerste eeuwen van haar bestaan zijn exemplarisch voor de geschiedenis van de Elzas. Duitsers, Fransen en hun respectievelijke voorouders hebben hier bijna altijd gestreden om de macht. Een belangrijk moment hierin was de gedwongen annexatie van het gebied door Duitsland in 1871.

 

Een claim in steen

Ondertussen was in de 12e eeuw bij Orschwiller een kasteel gebouwd, door het vorstenhuis van de Hohenstaufen. Het viel echter in de 17e eeuw ten prooi aan Zweedse artillerie tijdens de Dertigjarige Oorlog. Belegering, brand en plundering zorgden ervoor dat de burcht tweehonderd jaar in ruïneuze staat bleef, totdat de nabijgelegen stad Sélestat de restanten in 1865 kocht. Het was toen al een historisch monument, maar er was geen geld om het toen voorliggende restauratieplan uit te voeren. Na de annexatie van de Elzas in 1871 werd Château du Haut-Kœnigsbourg dan ook aangeboden aan keizer Wilhelm II.

 

 

De keizer gold als liefhebber van kastelen, maar wist ook hoe hij monumentaal erfgoed voor ideologische doeleinden kon inzetten. Hij stelde een bevriende architect, Bodo Ebhardt, aan om het kasteel volledig te restaureren en geschikt te maken om door toeristen bezocht te worden. Wat Wilhelm hiermee probeerde te bereiken, was in feite de claim van het Duitse rijk op de Elzas in steen te vatten: door Haut-Kœnigsbourg te restaureren in zijn opdracht – en door zijn wapen aan te brengen op de herstelde hoofdingang van het kasteel, naast dat van keizer Karel V – legitimeerde Wilhelm zijn macht en dat van het Duitse rijk door het te verbinden met een monument uit het roemruchte Rooms-Duitse verleden in het eeuwige conflictgebied van de Elzas.

Het kasteel bij Orschwiller markeerde daarnaast de geografische omvang van het rijk, door de westelijke grens ervan te markeren. De kruisvaardersburcht Marienburg (Malbork) in hedendaags Polen markeerde op eenzelfde manier de oostelijke grens.

 

IJver en kritiek

Ebhardt stond voor de taak om Haut-Kœnigsbourg in haar voormalige glorie te herstellen. Wat hij aantrof in 1901 was niet veel meer dan een ruïne, maar wel één waarvan nog genoeg van de basis over was om een nieuwe tijdslaag aan toe te voegen. De keizer mocht dan wel zijn vriend zijn en vooral ideologische redenen hebben om de restauratie uit te voeren, maar Ebhardt had een sterke eigen wil en visie. Deze visie uitte zich vooral in een zo historisch getrouw mogelijk willen heropbouwen van het kasteel. Hiertoe onderzocht hij ten eerste de restanten van het complex zo nauwgezet mogelijk, onder andere door een – zeker voor die tijd – bijzonder uitgebreide fotosurvey uit te voeren. Hierdoor is ook nu nog van veel delen van Haut-Kœnigsbourg een ‘voor’ en ‘na’ beeld te vinden. De resultaten van deze analyse koppelde hij vervolgens aan historische documentatie en kennis van gelijksoortige burchten uit dezelfde periode in de rest van Europa.

 

 

De restauratie nam zeven jaar in beslag. De gehele periode, vanaf zijn aanstelling, lag Eberhardt onder vuur van zijn tijdgenoten. Otto Piper, die eerst door Wilhelm II was benaderd maar had gesteld dat een restauratie de historische waarde van het kasteel teveel zou aantasten, beschuldigde degene die de klus wel kreeg telkenmale weer van opportunisme. Veel van de kritiek was gericht op de keizer en het feit dat hij Haut-Kœnigsbourg tot een politiek symbool had gemaakt (alhoewel je jezelf af kan vragen of een kasteel dat niet altijd is). Zo was de donjon, die Ebhardt correct naar een vierkant had gerestaureerd, volgens de tegenstanders van de restauratie toch echt rond. Het verhaal gaat dat bewijs hiervoor werd gefalsificeerd, puur om met modder te kunnen gooien. Ook de beroemde Elzasser schrijver/schilder Jean-Jacques Waltz uit Colmar, liefkozend Hansi genoemd, trok flink van leer tegen wat hij – net als veel van zijn Fransgezinde tijdgenoten – begrijpelijkerwijs zag als een ongewenste actie van de Duitse bezetter. Zo vond Hansi het bespottelijk dat Ebhardt de indruk wilde wegnemen dat de muren en daken nieuw waren (hiertoe werd een coating aangebracht om oud en nieuw met elkaar te verbinden), of dat arbeiders de nieuwe koperen dakgoten moesten beslaan om ze ouder te laten lijken.

 

Een museum voor iedereen

Uiteindelijk was de restauratie van het kasteel dan toch voltooid. Hoewel de grote opening ervan, inclusief parade en een re-enactment van de 17e-eeuwse krijgsgeschiedenis van het complex, letterlijk en figuurlijk deels in het water viel – het regende enorm en er was zeker geen sprake van 'Kaiserwetter' – stond het monument van Wilhelm’s statement en Ebhardt’s visie wel degelijk weer fier overeind. Dat trok bezoekers, veel bezoekers. Wat vaak vergeten wordt, was dat Wilhelm naast een politiek punt met de restauratie ook een locatie wilde creëren waar de Middeleeuwen weer tot leven kwamen en waar mensen dat konden ervaren. Wat dat betreft zou hij vast trots zijn geweest op de huidige bezoekersaantallen van Haut-Kœnigsbourg: het kasteel is één van de grootste publiekstrekkers van heel Frankrijk en de grootste van de Elzas.

 

 

Wat een bezoeker van Haut-Kœnigsbourg nu kan zien is een – naar 19e-eeuwse maatstaven – zo correct mogelijk beeld van een middeleeuwse bergburcht. Ja, sommige architectonische elementen zijn overduidelijk vindingen uit de koker van Ebhardt zelf. Ja, de rijke aankleding van het interieur stamt vooral uit de 16e en 17e eeuw en is naar onze 21e-eeuwse smaak een beetje ‘te’ in bepaalde vertrekken. Maar de roze zandstenen kolos imponeert desondanks met haar monumentale architectuur, de romantische aankleding en het schitterende uitzicht over de Vogezen, Rijnvallei en een blik op het Zwarte Woud. Het is een jeugddroom van een kasteel, wat weerspiegeld werd in de kinderen – jongens en meisjes – waarvan ik tijdens mijn bezoek over de binnenplaatsen en door de gangen soms de verwondering in de ogen zag (naast het klauteren over de kanonnen in de donjon). En het is niet in de laatste plaats een waar monument van enkele tijdsvakken in een complexe streekgeschiedenis, waarbij ook de restauratie zelf en de zeitgeist die deze ademt naar mijn mening een verdiende plaats hebben.

 

P.S. Mocht u als lezer Haut-Kœnigsbourg willen bezoeken, hier nog wat laatste tips:

1) Neem vanaf de parkeerplaats de boswandelroute omhoog. Deze is veel rustiger en mooier dan de grote toeristische opgang.

2) Bezoek na afloop vooral nog de middeleeuwse tuin naast het kasteel. Leerzaam, mooi en ook een verademing na het soms drukke kasteelinterieur.

3) Mocht je een auto hebben die niet heel kwiek de berg op komt (…), troost je dan met de gedachte dat de weg naar beneden aanzienlijk sneller gaat. Bereid eventuele medepassagiers wel even voor op de afdaling.

Deel op Facebook
Deel op Twitter
Please reload