Zoeken
  • Harry Pape-Luijten

In de vaart der volkeren


Bron: BN De Stem, Regio Roosendaal, 14-08-2015

Terug naar de bibliotheek

Zo af en toe vind je in de bibliotheek een boek, die je wellicht niet in eerste instantie zou hebben gekozen. Nu lees ik veel, maar het gros van mijn te verslinden materiaal vind ik toch al jaren wel online of via een winkel, dus gebruik maken van de bibliotheek is sowieso iets wat niet echt meer in mijn systeem zit. En dan te bedenken dat ik er vroeger zoveel plezier aan beleefde, toen ik rondstruinde op de volwassenafdeling van de bieb in Winschoten en naar beneden kwam met allerlei boeken over vliegtuigen, onderzeeërs, Egypte, etc. Jazeker, ik was zo’n soort kind.


Marloes daarentegen maakte al veelvuldig gebruik van de bibliotheek, zowel in Breda als nu ook hier in de Veluwezoom. Met een kleine afhaalbieb in Rheden zelf en twee grotere vestigingen in Velp en Dieren zijn we vooralsnog in elk geval goed bedeeld (en nu maar hopen dat daar niet op bezuinigd gaat worden in de komende jaren). Toen kwam corona: de bibliotheken gingen dicht. Op het moment dat de bibliotheken in de Veluwezoom hun deuren weer openden reden we naar Dieren, want die hadden we überhaupt nog niet bezocht en onze Rhedense bieb op loopafstand was nog gesloten, omdat deze in een school geïntegreerd zit.


Maar ja, coronaregels hè. Daags na de heropening waren we al in de Dierense bieb, dus er was nog van alles van kracht: handen ontsmetten, per persoon een mandje, in te leveren boeken ‘in quarantaine’ in een geconfisqueerde winkelwagen… en iets wat vrij vertaald las als “gij zult geen boeken aanraken die gij niet wilt lenen.” Nu ben ik normaliter natuurlijk iemand die alles wat los en vast zit doorbladert, of dat nu in een Gelderse bieb of een AKO op Amsterdam CS is, dus dat vroeg om een aanpassing van mijn strategie. Met positieve gevolgen!


Biografie van een binnenvaartschip

Ik liep rond in de bieb na het inleveren van onze stash aan uitgelezen boeken en mijn oog viel bijna gelijk op de cover van ‘Een vrouw van staal’. Een staalblauwe lucht boven een schip op het droge, de boeg met anker, vlag en naamplaten frontaal in focus. Twee ondertitels zowaar: ‘De buitengewone biografie van een binnenschip’ en ‘Honderd jaar Nederlandse geschiedenis vanaf het water’. Het schip heette Henriëtte, de schrijfster Corine Nijenhuis. Aangezien ik de achterkant van het boek niet kon lezen zonder het van de plank te pakken, zocht ik even online via de telefoon een beetje info en wat recensies. Die laatsten waren lovend, stuk voor stuk. Mijn eerste gevoel gesterkt, pakte ik dit boek uit 2015 van de plank en bladerde deze door. Mijn glimlach werd groter.


Dus, wat voor bijzonder werk had ik op mijn leeslijst gezet? Van biografieën houd ik niet bepaald, van schepen wel. Van de binnenvaart wist ik niets, maar van Nederlandse geschiedenis wel (nooit genoeg natuurlijk, maar toch). Misschien wel de meest wezenlijke pagina zat vóór de inhoudsopgave, met aan de ene zijde een kaart van Nederland met allerlei plaatsnamen langs waterwegen en aan de andere zijde de aanzichten van wat mij twee schepen leken te zijn: de Alfons Marie uit 1901 en de Henriette uit 2006. Als je het boek eenmaal gelezen hebt – het moge nu al duidelijk zijn dat ik iedereen ‘Een vrouw van staal’ aanraad – dan besef je dat de waarheid dubbelziet, want het gaat om één en hetzelfde schip dat door haar leven heen meerdere gedaantes heeft gehad. Kortom, een stukje mobiel erfgoed in optima forma.


Vijf generaties, vijf namen

Nu ben ik er volledig van overtuigd dat ogenschijnlijk zielloze voertuigen wel degelijk een persoonlijkheid hebben en net zo’n bewogen leven kunnen leiden als een wezen van vlees en bloed. Misschien is dit bij schepen nog wel meer het geval, die we trots één of meerdere namen geven in feit en fictie. Namen zijn krachtig en veelzeggend, dat weten we allemaal. Denk maar aan de Batavia, de Titanic, de Millennium Falcon en de Enterprise. Maar net als niets ter wereld van zichzelf waarde heeft en alleen waarde toegekend krijgt, zijn ook schepen niets zonder de mensen die er de wateren of sterren mee bereizen.


De levensloop van de Henriëtte voert terug tot haar tewaterlating op een scheepwerf in Papendrecht in 1901, als het als moderne klipper de Zuid-Hollandse wateren betreedt. Ze eindigt, althans voor het schip in eigendom komt van de schrijfster van het boek, in 2006 als cementvrachtschip in Lisse. In de dikke eeuw daartussen hebben vijf generaties schippers – deels verwant, deels verwikkeld – het schip een eigen naam gegeven en er heel Nederland mee bevaren. We lezen in hun avonturen over de geschiedenis van de binnenvaart in ons land, maar ook over de grote historische bewegingen buiten onze grenzen en hun impact daarbinnen.


Eigenlijk is de grootste kracht van dit boek, wat mij betreft, dat je na het lezen ervan pas echt beseft hoe ontzettend veel ons kikkerlandje is veranderd in maar honderd jaar tijd. Ik zeg ‘maar’, omdat Marloes en ik als archeologen natuurlijk vaak zonder blikken of blozen met tijdspannes van duizenden jaren werken. Je zou het voortschrijden van de geschiedenis en de ontwikkelingen daarbinnen bijna gaan vergelijken met het op gang komen van een stoomtrein: eerst langzaam en statig, om dan steeds sneller en sneller voorwaarts te gaan. En het is aan ons als mensen om die pas ofwel bij te benen – en mee te gaan in de vaart der volkeren – ofwel ervoor te kiezen om het op onze eigen manier te doen. De schippers in ‘Een vrouw van staal’ laveren hier kunstig in heen en weer en ik kon niet anders dan opgaan in hun verhaal.


Rauw en romantisch

Achterin het boek legt de schrijfster uit hoe ze op het idee kwam om een boek te gaan schrijven over de aankoop van haar schip, toen ze eenmaal besefte dat er een verhaal achter schuilging dat het waard was om verteld te worden. Ik vind het, zelf als schrijver gesproken, bijzonder knap hoe Corine erin is geslaagd om met een stevig fundament aan rauwe archiefstukken en overleveringen van de laatste generaties schippers de onvermijdelijke gaten in te vullen met geromantiseerde fragmenten, zonder dat deze uit de toon vallen. Het is in die zin een bijzondere koorddans tussen feit en fictie.


Al met heb ik genoten van ‘Een vrouw van staal’, een boek dat ik wellicht niet in eerste instantie zou hebben gekozen, maar waarvan ik blij ben dat ik dat wel heb gedaan.




53 keer bekeken1 reactie