Zoeken
  • Harry Pape-Luijten

Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed: verdedigingslinies


Inleiding

De oplettende lezer zal hebben opgemerkt dat er in juni geen bijdrage is verschenen over het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed. Dat klopt helemaal, want we waren het overgrote deel van de maand in Schotland! Ons derde achtereenvolgende jaar vakantie in dat prachtige land, met warm en zonnig weer, schitterende natuur en heel veel bijzonder erfgoed. We waren er even helemaal tussenuit en zijn nu weer terug, om met frisse moed weer verder te gaan in ons nieuwe huis en bijbehorend kantoor. Daarom lees je nu de bijdrage over juni, drie dagen ‘te laat’.

In Dumfries & Galloway heb ik wel kunnen nadenken over waar we het voor de maand juni over zouden willen hebben in Europees verband, wetende dat het thema verdedigingslinies zou zijn. Nederland is een groot aantal van deze structuren rijk, van meerdere waterlinies tot de Romeinse Limes. Militair erfgoed is een persoonlijk interessegebied en ik heb recentelijk al enkele bijdragen over het onderwerp geschreven, variërend van een bezoek aan Fort Isabella tot de recensie van een thematische wandelgids. Voor de maandelijkse Europese bijdrage wilde ik echter weer eens op militair gebied buiten de landgrenzen kijken, dus waarom zouden we geen uitstapje naar Groot-Brittannië kunnen maken? En dan niet naar de Muur van Hadrianus, wat wellicht voor de hand ligt, maar naar die andere, nog iets noordelijker gelegen grens: de Muur van Antoninus.

  • Januari: Creativiteit vanuit traditie

  • Februari: Duurzaam vakmanschap

  • Maart: Water

  • April: Gemaakt landschap

  • Mei: Europese routes

  • Juni: Verdedigingslinies

  • Juli: Erfgoed is van ons allemaal

  • Augustus: Landgoederen en buitenplaatsen

  • September: Beladen erfgoed

  • Oktober: Opgegraven geschiedenis

  • November: Religieus verleden

  • December: Grenzeloos erfgoed

Verovering van een eiland, stukje bij beetje

Na een eerste invasie in 55 voor Chr. was het pas in 43 na Chr., een kleine eeuw later, dat de Romeinen langdurig voet aan de grond kregen in Groot-Brittannië. Het duurde nog eens dertig jaar voordat Schotland werd bereikt. In een kleine zeven jaar werd het gros van het gebied echter veroverd en versterkt met enkele forten, waarvan sommigen ter plaatse van wat later de Muur van Antoninus zou worden. Rond de jaren ’80 van de eerste eeuw werden veel troepen echter teruggehaald naar het continent, om elders te kunnen worden ingezet. Het zou pas tegen 122 na Chr. zijn dat de Romeinen in aanzienlijke getale terugkwamen naar Britannia en keizer Hadrianus (117-138 na Chr.) de Muur die zijn naam draagt liet aanleggen ter hoogte van de Tyne-Solway landengte, ruwweg de locatie van de huidige grens tussen Engeland en Schotland.

Vandaag willen we het echter hebben over de opvolger van Hadrianus, Antoninus Pius (138-161 na Chr.). Hoewel deze adoptiefkeizer de langste regeringsperiode sinds keizer Augustus (27 voor Chr.-14 na Chr.) vulde en dat ook met verve deed, weten we eigenlijk vrij weinig van die periode. Ironisch genoeg komt dat juist omdat er in die tijd nagenoeg geen oorlogen waren en daardoor blijkbaar ook weinig motivatie om een verhandeling te schrijven. De meeste mensen die Antoninus Pius kennen, doen dat waarschijnlijk vanwege de prachtige tempel die hij bouwde voor zijn vrouw Faustina op het Forum Romanum in Rome en die na zijn dood ook aan hem werd gewijd. Wat wellicht een grotere prestatie is, althans wat de Europese gedachte betreft, is dat Antoninus Pius de meest noordelijke grens van het Romeinse Rijk vastlegde in wat nu het hartland van Schotland is.

In de schaduw van zijn voorganger

Hoewel Antoninus Pius zelf een sterke keizer was en absoluut niet onderdeed voor zijn illustere adoptiefvader Hadrianus, ligt de Muur van de één in het geheugen van velen wel degelijk in de schaduw van de Muur van de ander. Daar waar over de Muur van Hadrianus veel is geschreven en er zelfs recentelijk nog door Nederlandse archeoloog Tom Hazenberg over is gevlogd tijdens diens wandeling erlangs, komt de Muur van Antoninus Pius – ofwel de Antonijnse Muur – een stuk minder goed uit de verf. De hoofdreden hiervoor is waarschijnlijk dat deze muur aanzienlijk minder zichtbaar is dan zijn zuidelijker gelegen grote broer, wat een direct gevolg is van de aanlegwijze: daar waar de Muur van Hadrianus vooral uit steen is opgetrokken, bestond de Antonijnse Muur voornamelijk uit turf op een fundament van steen. Het best bewaard gebleven deel van die turfmuur, met een hoogte van circa 1,5-1,8 m, vind je net ten westen van het fort Rough Castle. Heden ten dage resteert elders nagenoeg alleen de stenen fundering nog als relict van de muur zelf, met het mooiste voorbeeld bij de New Kilpatrick begraafplaats.

Onderstaande reconstructie laat echter zien dat de Muur meer was dan alleen een muur. Hoewel er geen bewijzen voor zijn wegens het ontbreken van een intact deel, is er een goede kans dat de circa 3 meter hoge muur van turf (de zogenaamde murus caespiticus) bekroond werd door een loopvlak met wellicht een gevlochten houten borstwering. Vanaf hier zouden de soldaten uitstekend uitzicht hebben naar beide kanten van de muur. Aan de zuidzijde liep een weg, die niet alleen de gehele landengte van oost naar west verbond, maar ook het complex van de Muur met de overige Romeinse militaire en civiele nederzettingen in Britannia. In mei zagen we al dat de Romeinen meesters waren in het ontsluiten van een regio middels infrastructuur en dat was bij de Antonijnse Muur niet anders. In Seabegs Wood zijn de resten van de weg vandaag de dag nog het beste te onderscheiden.

Van forten en fortjes

Wie Romeinse grens zegt, zegt ook forten. In Nederland is langs de Limes menige huidige nederzetting voorafgegaan door een fort of legerkamp, waarvan Utrecht een uitstekend voorbeeld is. Hoewel dit bij de Muur van Antoninus Pius niet echt het geval is, waren de forten daar niet minder belangrijk als onderdeel van de verdedigingslinie. Hoewel er in eerste instantie zes waren gepland, werden uiteindelijk zeventien forten gebouwd met een vaste interval ertussen, waar circa 6000 tot 7000 soldaten gelegerd waren. Afgezien van het fort bij Bar Hill waren ze allemaal direct verbonden met de turfmuur. De grote verbindingsweg liep in veel gevallen door een fort heen en deed zo dienst als via principalis, hoewel er ook instanties zijn waarbij de weg iets van een fort verwijderd lag en middels zijwegen toegang bood tot de versterking. Wederom vooral gebouwd van turf, aangevuld met houten en stenen gebouwen, waren deze forten iets kleiner dan elders in Britannia. Echter, zelfs het meest bescheiden fort beschikte over een eigen badhuis, vaak samen met opslagruimtes, stallen en workshops te vinden in een aangelegen ommuurde annex. In veel gevallen groeide in de loop van tijd ook een civiele nederzetting, een vicus, naast een fort. Rough Castle (zie de prachtige tekening uit het begin van de 20e eeuw hieronder), Bar Hill en Bearsden bieden bezoekers een goed beeld van het leven in de Antonijnse forten.

Naast de ‘standaard’ forten beschikte de Muur van Antoninus Pius ook over mini-forten; in essentie kleine neefjes met dezelfde opbouw en layout, maar dan met afmetingen van circa 21 x 18 m. Ze doen sterk denken aan de milecastles van de Hadriaanse Muur. Op dit moment zijn er negen van deze fortjes bekend en er worden nog meer verwacht, hoewel ze nog niet op elke reguliere interval tussen de grotere forten zijn ontdekt. Sommige liggen ook erg dicht of zelfs op dezelfde locatie als hun volwassen neven, wat doet vermoeden dat hier sprake is van latere toevoegingen in plaats van een vooropgezet plan. Wonderlijk aan de fortjes is dat de noordelijke poort door de turfmuur heen opent naar het gebied ten noorden, maar dat er geen uitvalswegen die kant op bekend zijn. Het beste voorbeeld van een fortje is te vinden bij Kinnell.

Tussen wal en gracht

Romeinen begrepen het principe van een gelaagde verdediging goed. Ten noorden van de turfwal, forten en fortjes werden dan ook een (droge) gracht - de fossa - en buitenwal aangelegd. De steile V-vormige gracht is tegenwoordig vaak nog goed te zien in het landschap, al duurt het soms even voor je bedenkt dat dit het resultaat is van Romeins ingrijpen. Hoewel er plaatsen langs de Muur zijn waar de gracht nooit is gegraven, is deze op meerdere plekken duidelijk zichtbaar: Watling Lodge (zie afbeelding hieronder), Rough Castle, Seabegs Wood, Croy Hill en Callendar Park zijn het meest indrukwekkend.

Direct ten noorden van de gracht werd, voornamelijk geconstrueerd met vrijkomende grond daaruit, een buitenwal aangelegd. Deze was op sommige plaatsen dermate duidelijk aanwezig, dat hij in de 18e eeuw eerst voor de turfmuur zelf werd aangezien: antiquair Alexander Gordon had al tweederde van de linie afgelegd voordat hij de ‘echte’ muur pas voor het eerst ontwaarde. De gracht en buitenwal waren symbolisch verbonden met de turfmuur door een berm, een soort niemandsland van gemiddeld 6-9 meter breed (alhoewel soms smaller, of anderszins wel 30 m breed bij Croy Hill… rekenfoutje of landschappelijke keuze?).

Recentelijk zijn in de berm bij Rough Castle, zoals elders in Europa bij Romeinse linies, een aantal ‘boobytraps’ ontdekt die het leven van aanvallers zuur moesten maken. Bij de Antonijnse Muur kennen we de lilia (‘lelies’) en cippi (‘grafstenen’) – respectievelijk scherpe staken in kleine putten en deels ingegraven opstaande takken in sleuven. Mogelijk dat helemaal ten noord nog ijzeren stimuli, al dan niet met met haken, uit de grond staken, alsook cervi (‘geweien’) – horizontaal ingegraven takken – in de turfwal zelf. Dit systeem wordt soms ook wel ‘de tuin van Caesar’ genoemd, vanwege diens gebruik ervan tijdens de belegering van het nu Franse Alesia in 52 voor Chr (zie hieronder). Zo beschouwd moet het idee van een aanval op een Romeinse verdedidgingslinie geen pretje geweest zijn!

Van Europa, voor de wereld

De Muur van Antoninus Pius werd in 2008 werelderfgoed, toen deze onderdeel werd gemaakt van de Frontiers of the Roman Empire World Heritage Site, waar ook de Muur van Hadrianus (sinds 1987) en de Bovengermaanse Limes in Duitsland (2005) onder vallen. Dit is ook de enorm uitgebreide werelderfgoedsite waar Nederland aansluiting bij zoekt, met de voorgestelde opname van de Limes in Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland. De Antonijnse Muur is daarmee de zesde werelderfgoedsite in Schotland. En de Schotten zitten niet stil qua erfgoedbeleving, want onlangs heeft Historic Scotland met partners in Glasgow, Duitsland en Oostenrijk financiering gekregen voor de ontwikkeling van een gloednieuwe app om de bezoekerservaring te verbeteren. Met 3D reconstructies en Augmented Reality mikt men op een groter publiek, dat ook al thuis op de bank vooraf te informeren is en vervolgens wordt uitgenodigd de resten van deze bijzondere verdedigingslinie in de buitenlucht te aanschouwen.

Het siert de Schotten zonder meer dat het eindproduct gratis beschikbaar zal worden gesteld aan andere landen langs de Frontiers of the Roman Empire World Heritage Site, waaronder Nederland, zodat zij hun eigen versie op maat kunnen maken. Dat is nog eens Europese samenwerking! Later deze maand volgt in de geest daarvan dan ook nog de bijdrage over het thema van juli: erfgoed is van ons allemaal.

Dank jullie wel voor het lezen! Meer weten over de verschillende sites van Historic Scotland waar resten van de Antonijnse Muur te zien zijn? Kijk en lees dan hier verder:

Voor nu sluit ik graag af met het enige toepasselijke nummer dat ik kan bedenken...

#Erfgoedbewustwording #Europeeserfgoed #Militairerfgoed

0 keer bekeken